project — consultancy

Burgers, overheden, en de transitie naar aardgasvrije wijken

get in touch
with our expert

Igno Notermans

Researcher & Advisor

other consultancy
activities

see all projects

(this project description is in Dutch)

Door het klimaatakkoord moeten in 2050 alle woningen en kantoren in Nederland van het aardgas af zijn. Zo’n ingrijpende verbouwing van de directe woonomgeving van burgers kan de overheid niet zelf doen. Het lukt alleen in samenwerking met burgers: een participatief proces. Dit gaat voorbij deelname van burgers aan beleid; om de transitie naar aardgasvrije wijken te versnellen, moet de overheid ruimte creëren voor burgerinitiatieven op het gebied van duurzame warmte. In opdracht van het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving schreef DRIFT hier een adviesrapport over.

De transitie van gas naar andere warmtebronnen is niet een overheidstaak, maar wel een overheidsdoel. Het vereist participatie van burgers. Wat maakt dat mensen mee gaan doen met het aardgasvrij maken van hun woning? Wat kunnen we leren over sociale processen bij participatie? En wat betekent dat voor de rol van de overheid: hoe zet je het proces op, en hoe kun je het monitoren? In een rapport in opdracht van het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving gingen DRIFT-onderzoekers PJ Beers, Sem Oxenaar en Igno Notermans op zoek naar antwoord op deze vragen.

De burger begint, de overheid ondersteunt

Voor oplossingen in de energie-transitie hoeft de overheid geen startschot te geven. Actieve burgers wachten niet op overheidsbeleid, maar gaan zelf aan de slag met de aanpak van een maatschappelijk probleem, soms ruim voordat de overheid dat doet. Deze burgers zien dus meer een overheid die participeert in de activiteiten van de burger door te faciliteren en mede mogelijk te maken, dan andersom. Denk aan energie-coöperaties, individuele burgers die energie produceren voor eigen gebruik, of initiatieven als ‘Land van Ons’ waarbij burgers mede-eigenaar kunnen worden van grond ten behoeve van het landschap en biodiversiteit.

Transformatieve sociale innovatie zorgt voor nieuwe verhoudingen

Wanneer dit soort initiatieven gericht zijn op het oplossen van maatschappelijke problemen, zoals klimaatverandering of armoede, door nieuwe vormen van organiseren, denken, en doen, vallen ze onder ‘transformatieve sociale innovatie’. Een sociale innovatie leidt vaak ook tot nieuwe manieren van verhouden tussen actoren, bijvoorbeeld tussen burgers onderling of tussen burgers en overheden. In het voorbeeld van een energie-coöperatie worden burgers gezamenlijk energieproducent of -afnemer. Waar zij eerder misschien alleen buren waren, delen zij nu ook (gedeeltelijk) het beheer en bestuur van hun energievoorziening.

‘Empowerment’: zes factoren van cruciaal belang voor burgeractivatie

Overheden kunnen ruimte creëren voor dit soort initiatieven door in te zetten op ‘empowerment’, oftewel activatie, van burgers. Moeilijk gezegd: empowerment is het proces waarbij actoren het vermogen verwerven (of verliezen) om middelen te mobiliseren om een doel te bereiken. Hoe burgers de volgende zes factoren ervaren, bepaalt hoe empowered ze zich voelen:

  • autonomie (mag ik het?)
  • competentie (kan ik het?)
  • gemeenschapsgevoel (sta ik niet alleen?)
  • impact (wordt het wat?)
  • zingeving (maakt het uit?)
  • veerkracht (kan ik het aan?)

Door als overheid in het participatieproces voor, bijvoorbeeld, aardgasvrije wijken rekening te houden met deze zes factoren, worden burgers geactiveerd, wat sociale innovatie ten goede komt.

Duur
2018-2019

In opdracht van
Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving (OFL) als bijdrage aan hun advies aan het Programma Aardgasvrije wijken (Ministerie BZK)