Hebben we in Europa straks wel genoeg grondstoffen voor alle groene technologie die nodig is in de energietransitie? En welke rol kan de haven van Rotterdam spelen in de grondstoffentransitie? Dat waren vragen die centraal stonden in een recente samenwerking tussen DRIFT, het Havenbedrijf Rotterdam, betrokkenen vanuit de havenindustrie en andere experts. Het rapport ‘The raw material transition for the Port of Rotterdam’ is nu beschikbaar.
Niet alleen zijn veel grondstoffenketens onduurzaam, maar de aanvoer ervan is ook onzeker. Er is grote concurrentie met andere ‘landenblokken’ wereldwijd, de grondstoffen zelf worden schaarser en ze bevinden zich in geopolitieke blokken buiten Europa. Daarom roept dit rapport op om de volgende strategieën te hanteren in de grondstoffen transitie:
Wake up
…. als het gaat om kritieke grondstoffen (critical raw materials). Dit zijn stoffen die we in Europa vaak in kleine volumes importeren en gebruiken, zoals ‘zeldzame aarden’, maar die wel essentieel zijn voor groene energietechnologie. Deze stoffen komen uit landen zoals China en Europa heeft geen robuuste strategie voor continuïteit van aanvoer. Rotterdam zou hier het voortouw kunnen nemen, net zoals bij waterstof, door samen met de Nederlandse overheid ‘grondstoffendiplomatie’ in te zetten gericht op bilaterale samenwerking. Ook kan in de haven worden geïnvesteerd in recycling van kritieke grondstoffen.
Scale up
… van circulaire organische chemie. Van aardolie maken we nu uiteenlopende materialen: van plastic tot kerosine, en van cosmetica tot asfalt. In Rotterdam (en elders in Europa) worden al nieuwe installaties gebouwd die omschakelen naar biologisch materiaal en/of CO2 afvangen. Maar opschalen is een echte uidaging, want alles in deze transitie is schaars: van ruimte voor meer installaties, biologische grondstoffen, (goedkope) groene energie tot zelfs voldoende plastic afval om te recylen. Rotterdam zou hier het voortouw moeten nemen door o.a. in haar huidige Noordwest-Europese ‘achterland’ een netwerk (inclusief infrastructuur) op te bouwen om materialen te herwinnen, inclusief nieuwe input voor die kringloop, zoals pyrolyse-olie.
Chain up
… rondom biobased bouwmaterialen: we bouwen nu veel met beton en staal, wat veel energie vraagt en CO2 uitstoot heeft. Daar moeten we omschakelen naar bijv. meer houtbouw, maar dat vraagt ontwikkeling van een volwassen, moderne houtketen. Rotterdam zou hier het voortouw kunnen nemen door bijvoorbeeld in haar eigen gebied houtverwerkingsindustrie op te zetten en tegelijk aan ketens richting achterland en productielanden te bouwen.
Naast deze drie strategieën staat het rapport stil bij overkoepelende uitdagingen voor de haven: zo komen veel uitdagingen samen in de ruimte en zijn er ook implicaties voor de (organisatie van) het havenbedrijf. Hier worden een tiental aanbevelingen gedaan, waaronder het ontwikkelen van een nieuw verdienmodel voor deze nieuwe realiteit, het opzetten van een grondstoffenteam, en niet alleen ruimte in de haven vrijmaken voor ‘plan A’, maar ook voor een ‘plan B’ en radicale vernieuwing.